Ondersteuning nodig?


Bij elk project, elke machine of elke automatisering kun je stuiten op een uitdaging. Op het moment dat een oplossing ver te zoeken lijkt, waar kennis tekortschiet – dan schakel je Innomotion in!

Sta jij voor een uitdaging in een project, met een machine of in een stuk programmering? Aarzel niet en neem contact met ons op. Wij helpen je graag!

Support

Hoe kunnen we je helpen?

  1. Maak gebruik van de handleidingen en/of een tutorial
    Bij elk artikel op deze website vind je bij downloads een link naar de juiste software, de handleidingen, technische tekeningen.
    Op YouTube kun je via Delta Electronics meerdere video's vinden over de installatie en programmering van onze producten.

  2. Vind je hier niet het antwoord?
    Stuur dan een e-mail naar support@innomotion.eu of een whatsapp bericht naar 0315 - 257 267.
    Op werkdagen ontvang je binnen 24 uur een reactie.

  3. Kun je niet wachten, heb je direct hulp nodig?
    Bel ons en wij kijken of er direct iemand beschikbaar is om mee te kijken.
    We maken hiervoor vaak gebruik van onze klantmodule, klik hier om deze te downloaden en te openen.

Regelaar

Veel gestelde vragen

Beschrijving hoe de encoder stekker te demonteren voor het doorvoeren door een kabelwartel en daarna weer monteren.

  1. Draai de connector uit elkaar.
  2. Druk met een kleine schroevendraaier voorzichtig de beide witte delen uit elkaar.
  3. Druk nu voorzichtig de contactpennen terug door de vergrendeling.
  4. Neem alle connector delen van de kabel en voer de pennen door de wartel.
  5. Zet alle connector delen weer terug op de kabel . eerst de huls dan de trekontlasting ,rubberdeel. Vouw de afscherming weer om het zwarte plastic deel en vergrendel het met de kroon. Zet de witte delen weer in elkaar tot aan de eerste vergrendeling. En druk dan de pennen weer in de juiste gaten
    1 - Roze 2 – grijs 3 – geel 4 – groen 8 – wit 9 – bruin.
  6. Druk de witte delen weer in de vergrendeling op elkaar. Gaat dit niet goed kijk dan of alle pennen wel diep genoeg zijn in gestoken.
  7. Draai nu de connector weer in elkaar.

Printversie

Beschrijving hoe de Delta C2000 in te stellen voor drukterugkoppeling met een 0-20 mA sensor. 0-40 Bar.

1. Aansluitingen sensor


2. Aansluiten start/stop signaal op FWD en DCM . brug van +24 V naar Com.

Parameter instelling :
00-00 9 reset naar 50 Hz.
00-04 12 diplay de waarde van de ACI ingang
00-21 1 start/stop via de klemmen
00-25 0161 uitlezing in BAR 1 cijfer achter de komma
00-26 0400 maximale instelling is 40.0 Bar.
01-12 naar believen acceleratie tijd ca 3 – 5 sec.
01-13 naar believen deceleratie tijd ca 3-5 sec
03-00 0 AVI geen functie
03-01 5 ACI is PID feedback
05-01 motor stroom van het type plaatje
06-27 1 thermische beveiliging in geschakeld voor standaard motor
08-00 1 PID negative feedback op analoge ingang
08-01 naar believen proportionele versterking hoger is sneller reageren bij afwijking
08-02 naar believen integratie tijd demping voor de terugkoppeling hoger is langere dempingstijd.

Zet de spanning op de regelaar en kijk eerst op het display . In de uitlezing voor F ziet u als het goed is een warde in Bar bij u zie u o of een waarde in %. Staat hier 0 en de sensor heeft wel druk dan is deze waarschijnlijk verkeerd om aangesloten. Gaat deze warde mee met de druk op de sensor dan weten we dat de sensor goed binnen komt.

Stel nu :
00-04 10 diplay de waarde van PID terug koppeling
U moet nu bij de uitlezing U ook weer een waarde zien echter tussen 0-40 Bar .
Als dat juist is dan werkt ook de PID terug koppeling. Laat nu de pomp draaien en kijk of de regeling goed reageert anders 08-01 en 08-02 aanpassen.

Printversie

Veel elektromotoren hebben tegenwoordig een ingebouwde PTC, De weerstand van deze PTC word hoger als de tempratuur van de motor toeneemt. In tegenstelling tot een PT100 kun je niet exact de tempratuur meten. De regelaar heeft een analoge ingang waar de PTC op binnenkomt. Wanneer deze een bepaalde waarde bereikt schakelt deze de motor af of geeft hier een melding van op het display.

Schema
Door Figuur 1: Elektrisch schema aan te sluiten kan de PTC bijna in gebruik worden genomen. Hiervoor moeten nog wat parameters worden verandert. Hierover staat meer beschreven in Parameters.
AFM is de analoge uitgang, ACI is de analoge ingang, ACM is de massa. De AFM2 Stuurt een constante stroom uit.
Om alles goed werkend te krijgen moeten er 2 dipswitches worden omgezet voor een overzicht. De dipswitch van ACI moet op 0/4-20mA . Dit wil zeggen dat de ACI stroom meet. De dipswitch van de AFM moet op 0/4-20mA worden gezet. Dit wil zeggen dat de analoge uitgang een stroom uitstuurt.

Parameters

parameterFunctieWaarde
03-01
Keuze analoge ingang (ACI)
6: Thermistor (PTC) input value
03-23
Keuze analoge uitgang (AFM)
23: Constante stroom
03-29
ACI ingangsselectie
1: 0-10 V
03-33
AFM uitgang (%)
100: 20mA output
00-04*
Content van het display
12: ACI input (%)
06-29
Selectie PTC-detectie
1: Fout, remmen tot stop
06-30
PTC level (%)
50%
*optioneel

De ACI ingang moet worden ingesteld als PTC ingang. Als de waarde van deze ingang boven parameter 06-30 komt, schakelt de motor af. Of de motor afschakelt is afhankelijk van parameter 06-29.
Om de ingang te monitoren is het mogelijk om deze waarde op het startscherm van de regelaar weer te geven. Dit kun je doen door parameter 00-04 op 12 te zetten. Deze waarde is in procenten.
Het afschakel punt is te verschuiven d.m.v. parameter 06-30. Bij 50% is de buitenkant van de motor ongeveer 75-85 °C.
Door de karakteristiek van de PTC is het verschil tussen 50% en 51% veel groter dan tussen 30% en 35%.

Printversie

Veel elektromotoren hebben tegenwoordig een ingebouwde PTC, De weerstand van deze PTC word hoger als de tempratuur van de motor toeneemt. In tegenstelling tot een PT100 kun je niet exact de tempratuur meten. De MS300 heeft een analoge ingang waar de PTC op binnenkomt. Wanneer deze een bepaalde waarde bereikt schakelt deze de motor af of geeft hier een melding van op het display.

Schema
Door Figuur 1: Elektrisch schema aan te sluiten kan de PTC bijna in gebruik worden genomen. Hiervoor moeten nog wat parameters worden verandert. Hierover staat meer beschreven in Parameters.
AFM is de analoge uitgang, ACI is de analoge ingang, ACM is de massa. De AFM Stuurt een constante stroom uit.
Om alles goed werkend te krijgen moeten er 2 dipswitches worden omgezet voor een overzicht zie Figuur 2: Overzicht dipswitch. De dipswitch van ACI moet naar links staan. Dit wil zeggen dat de ACI stroom meet. De dipswitch van de AFM moet naar rechts worden gezet. Dit wil zeggen dat de analoge uitgang een vaste stroom uitstuurt.

Parameters

parameterFunctieWaarde
03-01
Keuze analoge ingang (ACI)
6: Thermistor (PTC) input value
03-20
Keuze analoge uitgang (AFM)
23: Constante stroom
03-29
ACI ingangsselectie
1: 0-10 V
03-32
AFM uitgang (%)
100: 20mA output
00-04*
Content van het display
12: ACI input (%)
06-29
Selectie PTC-detectie
1: Fout, remmen tot stop
06-30
PTC level (%)
50%
*optioneel

De ACI ingang moet worden ingesteld als PTC ingang. Als de waarde van deze ingang boven parameter 06-30 komt, schakelt de motor af. Of de motor afschakelt is afhankelijk van parameter 06-29.
Om de ingang te monitoren is het mogelijk om deze waarde op het startscherm van de regelaar weer te geven. Dit kun je doen door parameter 00-04 op 12 te zetten. Deze waarde is in procenten.
Het afschakel punt is te verschuiven d.m.v. parameter 06-30. Bij 50% is de buitenkant van de motor ongeveer 75-85 °C.
Door de karakteristiek van de PTC is het verschil tussen 50% en 51% veel groter dan tussen 30% en 35%.

Printversie

In het door ons gemaakte xls-bestand ASDA-Gear-ratio-berekenen kun je eenvoudig per serie de berekening uitvoeren.